Depersonalisatie-derealisatiestoornis (DPDR)

Criteria, oorzaken, verloop en behandeling van DPDR, op basis van onderzoek en ervaring

De depersonalisatie-derealisatiestoornis, kortweg DPDR, is een psychische aandoening waarbij je steeds of langdurig het gevoel hebt dat jijzelf of de wereld om je heen niet echt is. Het is een van de dissociatieve stoornissen in de DSM-5. Ongeveer 1 procent van de mensen heeft DPDR. De klachten beginnen meestal rond het zestiende jaar en houden zonder hulp vaak lang aan. Op deze pagina lees je hoe de diagnose wordt gesteld, wat bekend is over oorzaken en welke behandelingen onderzocht zijn.

In het kort
  • Wat: aanhoudende of terugkerende depersonalisatie en/of derealisatie, met intact realiteitsbesef en duidelijke lijdensdruk.
  • Andere namen: DPDR, DDD, depersonalisatiestoornis, derealisatiestoornis.
  • Hoe vaak: rond 1 procent van de bevolking, mannen en vrouwen even vaak.
  • Begin: gemiddeld rond 16 jaar, zelden na je 25e.
  • Behandeling: cognitieve gedragstherapie heeft het meeste onderzoek. Medicatie is wisselend onderzocht.

Wat is DPDR?

Bijna iedereen voelt zich weleens even onwerkelijk, bijvoorbeeld na een slapeloze nacht. Bij DPDR blijft dat gevoel. Het komt steeds terug of is er de hele dag. Mensen met DPDR beschrijven het als leven achter glas, in een droom of op de automatische piloot. Ze weten dat de wereld echt is en dat zij zelf bestaan, en toch voelt het niet zo.

Tot 2013 heette de aandoening depersonalisatiestoornis. In de DSM-5 is de naam veranderd in depersonalisatie-derealisatiestoornis, omdat bijna iedereen met de stoornis beide soorten klachten heeft. In de ICD-11 van de Wereldgezondheidsorganisatie heet het depersonalisatie-derealisatiestoornis (code 6B66).

De criteria volgens de DSM-5

Een psycholoog of psychiater stelt de diagnose als aan alle vijf de criteria is voldaan [1]. Hieronder staan ze in gewone taal:

CriteriumWat het betekent
A. KlachtenJe hebt aanhoudend of steeds terugkerend depersonalisatie, derealisatie of beide.
B. RealiteitsbesefTijdens de klachten weet je dat het gevoel niet klopt. Je denkt niet echt dat de wereld nep is.
C. LijdensdrukDe klachten zorgen voor veel last of belemmeren je in werk, studie, relaties of dagelijks leven.
D. Geen middel of ziekteDe klachten komen niet door drugs, medicatie of een lichamelijke aandoening zoals epilepsie.
E. Geen andere stoornisEen andere psychische aandoening verklaart de klachten niet beter, zoals schizofrenie, paniekstoornis, depressie, PTSS of een andere dissociatieve stoornis.

Criterium D betekent niet dat DPDR nooit na drugsgebruik kan ontstaan. Begon de derealisatie na een bad trip en blijft ze maanden aanhouden terwijl je niets meer gebruikt, dan kan het wel om DPDR gaan. Lees meer bij bad trip en blijvende dissociatie.

Is het DPDR of iets anders?

Derealisatie en depersonalisatie komen bij veel aandoeningen voor. Een behandelaar zoekt daarom uit wat de klachten het beste verklaart. Dit stroomschema geeft een vereenvoudigd beeld van die afweging.

Vereenvoudigd stroomschema: wanneer is er sprake van DPDR Onwerkelijkheidsgevoelover jezelf en/of je omgeving Weet je dat het gevoel niet klopt?realiteitsbesef nee Mogelijk psychosesnel naar de huisarts ja Alleen onder invloed of bij ziekte?drugs, medicatie, epilepsie, migraine ja Gevolg van middelof lichamelijke oorzaak nee Alleen tijdens paniek, flashbacksof een depressieve periode? ja Onderdeel van die aandoeningbijv. paniekstoornis of PTSS nee Veel last en blijft het terugkomen?lijdensdruk ja Mogelijk DPDRlaat het onderzoeken
Vereenvoudigde weergave. Alleen een arts of psycholoog kan een diagnose stellen.

Een paar onderscheidingen die vaak vragen oproepen:

  • Psychose: bij een psychose gelooft iemand echt dat de werkelijkheid anders is. Bij DPDR twijfel je aan je gevoel, niet aan de werkelijkheid. Lees meer bij psychose en dissociatie.
  • Paniekstoornis: derealisatie hoort vaak bij een paniekaanval. Is het er alleen tijdens aanvallen, dan wordt het gezien als onderdeel van de paniekstoornis.
  • PTSS: heb je PTSS en daarnaast regelmatig depersonalisatie of derealisatie, dan kan het gaan om PTSS met een dissociatief subtype.
  • Depressie: emotionele afvlakking overlapt met anhedonie. Bij DPDR voelt het meer als een wand tussen jou en je gevoel, bij depressie als een gebrek aan zin en energie.
  • Lichamelijk: epilepsie (vooral de temporaalkwab), migraine, een tekort aan vitamine B12 en bijwerkingen van medicatie kunnen soortgelijke klachten geven. Een huisarts kan dit uitsluiten.

Hoe vaak komt DPDR voor?

Een systematische review uit 2023 bundelde alle studies die DPDR met gestandaardiseerde instrumenten maten [2]. In de algemene bevolking varieerde het van 0 tot 1,9 procent, met een gemiddelde rond 1 procent. Bij mensen die bij een ggz-polikliniek kwamen, was het 5 tot 20 procent. Het hoogst waren de cijfers bij mensen die mishandeling of misbruik hadden meegemaakt.

Een Duitse bevolkingsstudie vond ernstige depersonalisatie bij 1,9 procent van de deelnemers [3]. Omgerekend naar Nederland gaat het om meer dan 150.000 mensen. Toch kennen veel huisartsen en zelfs behandelaars de diagnose nauwelijks. Veel mensen met DPDR krijgen pas na jaren de juiste diagnose.

Begin en verloop

In de grootste beschreven groep mensen met DPDR (117 deelnemers) begon de stoornis gemiddeld rond 16 jaar [4]. Volgens de DSM-5 begint minder dan 20 procent van de mensen na hun twintigste en ongeveer 5 procent na hun 25e [1].

Het verloop was in dat onderzoek meestal chronisch: bij veel deelnemers waren de klachten er continu, soms jarenlang [4]. Bij een deel van de mensen komen en gaan de klachten in periodes. De intensiteit schommelt bij bijna iedereen.

Maakt het erger

Negatieve emoties, stress, spannende sociale situaties, onbekende omgevingen en vermoeidheid [4].

Maakt het minder

Prettig contact met anderen, sterke emotionele of lichamelijke prikkels en ontspanning [4].

Oorzaken en risicofactoren

Er is niet één oorzaak. Onderzoekers zien bij DPDR drie lagen die samenkomen: aanleg, eerdere ervaringen en een directe aanleiding.

Directe aanleidingen

De vijf meest genoemde aanleidingen waren ernstige stress, depressie, paniek, cannabis en hallucinogenen [4]. Een Londense studie beschreef 40 mensen bij wie DPDR begon na drugsgebruik. Cannabis was de meest genoemde drug [5].

Achtergrond

Emotionele mishandeling en verwaarlozing in de jeugd hangen het sterkst samen met DPDR, sterker dan andere vormen van trauma [6]. Ook een angstige aanleg, perfectionisme en de neiging tot piekeren komen vaak voor.

In het brein

Hersenonderzoek laat zien dat bij mensen met DPDR de gebieden die emoties en lichaamssignalen verwerken (zoals de insula) minder reageren, terwijl delen van de prefrontale cortex die emoties afremmen juist actiever zijn [7]. Het lijkt alsof het brein de emotionele kleur van ervaringen dempt. Dat past bij het idee dat DPDR een beschermingsreactie is die is blijven hangen.

Alle oorzaken met uitleg staan op oorzaken van derealisatie en depersonalisatie.

Hoe wordt DPDR vastgesteld?

De diagnose begint meestal bij de huisarts. Die kijkt eerst of er een lichamelijke verklaring is, bijvoorbeeld via bloedonderzoek. Daarna kan de huisarts je verwijzen naar een psycholoog of psychiater. Die gebruikt een gesprek en soms vragenlijsten, zoals:

  • Cambridge Depersonalisation Scale (CDS): een vragenlijst met 29 items over hoe vaak en hoe lang je klachten hebt [8].
  • Dissociative Experiences Scale (DES): een brede vragenlijst over dissociatieve ervaringen.
  • SCID-D: een gestructureerd interview voor dissociatieve stoornissen.

Wil je alvast een beeld krijgen? Doe de anonieme zelftest. Die is gebaseerd op de DSM-5 en geeft per onderdeel een score die je kunt meenemen naar je huisarts.

Zelftest

Zelftest derealisatie en depersonalisatie

Denk aan de afgelopen vier weken. Hoe vaak had je de onderstaande ervaringen, terwijl je niet onder invloed was van alcohol, drugs of medicatie die suf maakt?

14 vragen · ongeveer 4 minuten · anoniem, niets wordt opgeslagen

Behandeling van DPDR

Er is geen behandeling die bij iedereen werkt, en het onderzoek is beperkt. Dit is wat er bekend is.

BehandelingWat het onderzoek laat zien
Cognitieve gedragstherapie (CGT)Een open studie met 21 deelnemers liet duidelijke verbetering zien op depersonalisatie, angst en somberheid [9]. De Nederlandse zorgstandaard noemt kortdurende CGT effectief [10].
Traumagerichte therapie (zoals EMDR)Zinvol als trauma een rol speelt. Specifiek bij DPDR weinig onderzocht.
LamotrigineWisselende resultaten: één gecontroleerde studie vond een effect, een andere niet [11]. Soms gebruikt naast een SSRI.
SSRI’s (zoals fluoxetine)Fluoxetine werkte in een gecontroleerde studie niet beter dan placebo op de depersonalisatie zelf. Wel kan het helpen bij angst en depressie [11].
NaltrexonIn een kleine open studie verbeterde een derde van de 12 deelnemers duidelijk [11]. Meer onderzoek is nodig.
Neuromodulatie (rTMS)Eerste kleine studies zijn hoopvol. Nog experimenteel.

Bij veel mensen werkt een mix van behandelingen het best: uitleg en CGT, aandacht voor angst en somberheid, en waar nodig traumabehandeling. Uitgebreide informatie over elke optie en tips om een behandelaar te vinden staan op derealisatie en depersonalisatie behandelen.

Uit mijn ervaring

Bij mij duurde het jaren voor iemand mijn klachten een naam gaf. Ik werd behandeld voor angst, en de derealisatie werd gezien als bijzaak. Wat ik je wil meegeven: noem de woorden derealisatie en depersonalisatie letterlijk bij je huisarts of behandelaar. Neem desnoods deze pagina mee.

Leven met DPDR

DPDR kan je hele leven raken. Werk of studie gaat moeizamer, relaties voelen afstandelijk en veel mensen raken somber door het gevoel er niet echt bij te zijn. Toch bouwen veel mensen een leven op dat ze waardevol vinden, ook als de klachten nog niet helemaal weg zijn.

Wat daarbij helpt:

  • dingen blijven doen die je belangrijk vindt, ook als ze nog vlak voelen;
  • de strijd met het gevoel loslaten, zie acceptatie en berusting;
  • uitleggen aan je omgeving wat je hebt, zodat je je minder alleen voelt;
  • contact met lotgenoten, bijvoorbeeld op het forum.

Veelgestelde vragen over DPDR

Wat betekent DPDR?

DPDR staat voor depersonalization-derealization disorder, in het Nederlands depersonalisatie-derealisatiestoornis. In Engelstalig onderzoek wordt ook DDD of DPD gebruikt.

Is DPDR te genezen?

Ja, bij een deel van de mensen verdwijnen de klachten helemaal, ook na jaren. Bij anderen worden ze zo licht dat ze het dagelijks leven nauwelijks meer beïnvloeden.

Is DPDR erfelijk?

Daar is weinig over bekend. Een angstige aanleg, die deels erfelijk is, verhoogt mogelijk het risico.

Kan DPDR overgaan in schizofrenie?

Nee. Er is geen bewijs dat DPDR leidt tot schizofrenie of een psychose.

Wordt DPDR vergoed?

DPDR staat in de DSM-5, dus behandeling in de ggz valt onder de basisverzekering. Je eigen risico is wel van toepassing. Je hebt een verwijzing van je huisarts nodig.

Bronnen

  1. American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, 5e editie (DSM-5). 2013. Nederlandse vertaling: Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen. Boom, 2014.
  2. Yang J, Millman LSM, David AS, Hunter ECM. The prevalence of depersonalization-derealization disorder: a systematic review. Journal of Trauma & Dissociation. 2023;24(1):8-41. doi
  3. Michal M, Wiltink J, Subic-Wrana C, e.a. Prevalence, correlates, and predictors of depersonalization experiences in the German general population. Journal of Nervous and Mental Disease. 2009;197(7):499-506.
  4. Simeon D, Knutelska M, Nelson D, Guralnik O. Feeling unreal: a depersonalization disorder update of 117 cases. Journal of Clinical Psychiatry. 2003;64(9):990-997. PubMed
  5. Medford N, Baker D, Hunter E, e.a. Chronic depersonalization following illicit drug use: a controlled analysis of 40 cases. Addiction. 2003;98(12):1731-1736.
  6. Simeon D, Guralnik O, Schmeidler J, Sirof B, Knutelska M. The role of childhood interpersonal trauma in depersonalization disorder. American Journal of Psychiatry. 2001;158(7):1027-1033.
  7. Phillips ML, Medford N, Senior C, e.a. Depersonalization disorder: thinking without feeling. Psychiatry Research: Neuroimaging. 2001;108(3):145-160.
  8. Sierra M, Berrios GE. The Cambridge Depersonalisation Scale: a new instrument for the measurement of depersonalisation. Psychiatry Research. 2000;93(2):153-164.
  9. Hunter ECM, Baker D, Phillips ML, Sierra M, David AS. Cognitive-behaviour therapy for depersonalisation disorder: an open study. Behaviour Research and Therapy. 2005;43(9):1121-1130.
  10. Akwa GGZ. Zorgstandaard Dissociatieve stoornissen. 2020. ggzstandaarden.nl
  11. Somer E, Amos-Williams T, Stein DJ. Evidence-based treatment for depersonalisation-derealisation disorder (DPRD). BMC Psychology. 2013;1(1):20. Open access
Denk je aan zelfdoding?Bel 113 (gratis: 0800-0113) of chat via 113.nl. Bij direct gevaar: 112. Voor dringende hulp buiten kantoortijd: de huisartsenpost.

Dissociatie.com geeft informatie en ervaringen, geen medisch advies, diagnose of behandeling. Twijfel je over je klachten, neem dan contact op met je huisarts. Lees de volledige disclaimer.